elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: blasiuszegen

blasiuszegen , blasiuszaegen , zaegen mit twië gekruuste kaerse die vur d’n hâls woorte gehâlde, dit um kaelpien te vurkome.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
blasiuszegen , blaaziejuszeege , blaasjeszeege , zelfstandig naamwoord , Blasiuszegen; katholiek ritueel; eertijds uitgevoerd op 3 februari, de feestdag van de heilige Blasius, waarbij de priester twee gekruiste en gewijde kaarsen tegen de keel van de gelovige hield. Daarmee werd de gelovige gevrijwaard van keelaandoeningen. De kaarsen waren op 2 februari (Maria Lichtmis) gewijd. Elders in Brabant en Vlaanderen ook tegen huidaandoeningen (blazen). Ook als remedie tegen dergelijke ziekten van het vee .Etymologie; 1995 – Weijnen - Ziektenamen in Nederlandse dialecten - Van de H. Blasius was hiervoren reeds even sprake. Hij werd in 316 gruwzaam gemarteld. Dat hij sedert onheuglijke tijden de patroon tegen keelziekten is, kan worden gezien als gevolg van een volksetymologisch verband leggen tussen zijn naam en het werkwoord blazen maar ook berusten op de legende dat hij een kind dat een visgraat had ingeslikt, op wonderbaarlijke wijze van de verstikkingsdood heeft gered .1995 – Weijnen - Ziektenamen in Nederlandse dialecten - Het verband tussen de ziekte en de betrokken heilige is zeer gevarieerd. (...) In een aantal gevallen is het de naam van de heilige die tot een bepaalde verering leidde. Zo worden de Westvlaamse Sint-Blasiuszeren (Latijns: rupia) aldus genoemd omdat de huidziekte met blazen of blaren begint. We zouden hier kunnen spreken van een volksetymologisch verband. Ook daarom b.v. wordt Valentijn tegen vallende ziekte aangeroepen .1959 - W. Knippenberg - Brabants Heem, jrg. 11 - Beter bekend is de H. BLASIUS, bisschop te Sebaste in Armenie, in 316 gemarteld (feestdag 3 febr.). Hij behoort ook tot de uit het oosten ingevoerde heiligen, van wie de legendenvorming zich meester maakte. Omdat hij een jongen, die een visgraat had ingeslikt, van de verstikkingsdood had gered, werd hij aangeroepen tegen difterie en andere keelziekten. (W. KNIPPENBERG, OUDE KAPELLEN IN NOORD-BRABANT IV); Het ritueel; 1925 – WvK - Het kosterboek - Feest van den H Blasius [3 Febr] – 1. Vóór de H, Mis worden twee kaarsen gewijd volgens het ritueel (...) Dit kan in de sacristie gebeuren ; de koster zorge voor wijwater en ritueel. 2. Na de H. Mis legt de priester de kazuifel en manipel af; zoo noodig doet hij de roode gekruiste stool om, en de kaarsen worden aangestoken. De koster verwijdere de kelk van het altaar. 3. Buiten de H. Mis draagt de priester voor deze zegening superplie en roode stool. 4. De kaarsen worden apart bewaard om ook gedurende het jaar den Blasiuszegen, bijv. aan zieken te kunnen geven. [Het is niet bekend wie de auteir 'WvK' is]; Tilburg; 1981 – Cees Robben - Robben en rooms - In februari had ie achter op zijn fiets onder zijn snelbinders een paar gewijde kaarsen. Dan leurde hij met de H. Blasius zegen in de afgelegen gehuchten. Hij hield bij de mensen die er van gediend waren de gekruiste kaarsen onder d'r kin en bad: ‘Door de voorspraak van de heilige Blasius Bisschop en martelaar, bevrijde U God van keelziekte en van alle ander kwaad. In de naam des Vaders en des Zoons en des heiligen Geestes. Amen' .1998 – Henk van Rijen - Men Tilburgs woordeboek - Sint-Blaasiejus 3 februari, wordt aangeroepen bij keelpijn .Gilze-Rijen; 1996 – Wim van GesteI - Woordenlijst van de streektaal van Gilze en Rijen - Blaosius (den Hèèligen) Blasius (3 februari). Dag, waarop de Blasiuszegen werd gegeven; met twee gekruiste kaarsen om de hals tegen keelziekten. De kaarsen werden op 2 febr., (Maria Lichtmis) gewijd .Kaatsheuvel; 2002 – André van Riel - Oe Toch - Het dialect van Kaatsheuvel - D'n Blasiuszeegen hale. Op 3 februari een zegen tegen keelkwalen halen (met 2 gekruiste kaarsen) .Een Tilburgse herinnering - Blasius in de Korenbloemstraat; 2007 – H. van Boxtel – De Ochtendridders van de Korenbloemstraat - De deur ging open, en ze kwamen binnen. Hij [de pastoor] bromde niets tegen ons, helemaal niks. Hij zag ons niet zitten. Hij was helemaal in de andere wereld. Hij ging midden voor de klas op een stoel zitten, en de misdienaars posteerden zich aan weerszijden van hem, met hun brandende kaarsen. De broeder was met de stille trom naar achter in de klas verdwenen, en stuurde ons zacht fluisterend één voor één naar voren .De eerste, Jan Adriaans, liep naar voren, en wist niet wat de bedoeling was. Hij begreep dat hij de kant van de pastoor uit moest, maar toen hij daar in de buurt kwam, gaf die verder niet thuis. Doorlopen dan maar, moet hij gedacht hebben, met kleine pasjes, dan hoor ik het wel, maar hij hoorde niets. En terwijl hij daar zo op de pastoor aan het aanschuifelen was, wist hij het ook niet meer, en keek hij met een benauwd gezicht over zijn schouder om naar de broeder. Knielen begreep Adriaans heel snel, uit de woeste blik van de broeder, en de hand die hem de grond leek te willen indrukken. Toen hij echter zat, bleef alles stil, en er gebeurde niets. Ook Adriaans bleef zitten, totdat hij het gekuch van de broeder opmerkte, en hij met een half schuin oog naar achteren keek, waar de broeder hem met man en macht verder naar voren leek te willen vegen. Nog dichterbij, begreep Adriaans, en hij kroop op zijn knieën dichter bij de pastoor. Toen hij eenmaal zat waar hij leek te moeten zitten, kruiste meneer pastoor twee kaarsen voor zijn keel, en, zoals ook later bij mij bleek, prevelde deze met gesloten ogen een gebed, en dan amen, en was de volgende aan de beurt. En zo trok hij de hele school door, alle klassen langs .Toen de pastoor vertrokken was, begon de broeder uit te leggen dat het vandaag de dag van de Heilige Blasius was, dat wij zojuist de Blasiuszegen gekregen hadden, en dat Blasius een heilige was die ervoor zorgde dat wij niet zouden stikken in graten, wanneer we vis zaten te eten.
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal