elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bliksemen

bliksemen , blikseme , bliksemde, haet gebliksemp , bliksemen. Greit ’t bliksẹmp bie dich: Greet, als je loopt, komt het wit van je onderrok te voorschijn.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
bliksemen , bliksemt, ut , d’n oonderrok keumt ónder ut kliëd oêt.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
bliksemen , bliksemen , zwak werkwoord, onovergankelijk , bliksemen Het hef de heile aovend bliksemd (Bov), zie ook weerluchten, lochten
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
bliksemen , bliksemp , werkwoord , bliksemde, gebliksemp , bliksemen , Zw: 't Bliksemp: gezegd tegen kinderen of vrouwen wanneer een gedeelte van het witte ondergoed zichtbaar was (vero.)
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
bliksemen , [weerlichten] , blikseme , bliksemen
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
bliksemen , blikseme , werkwoord , bliksemtj, bliksemdje, gebliksemdj , bliksemen; het bliksemtj – 1. het bliksemt 2. ik zie je onderbroek (met name van een meisje)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal