elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: botervlaai

botervlaai , bótterflaaj , vla bedekt met een droog mengsel van boter, basterdsuiker en meel.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
botervlaai , bótterflaai , krúmelflaai.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
botervlaai , [kruimelvlaai ] , bótterflaaj , (vrouwelijk) , kruimelvlaai met pudding , Bótter?aaj met gaele pudding.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
botervlaai , bótterflaai , zelfstandig naamwoord , bótterflaaie , bótterflaetje , zie gräömelkesflaai ook kniddeleflaai, knuddeleflaai
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
botervlaai , bótterflaaj , botervlaai
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal