elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: buikspek

buikspek , bukspek , zelfstandig naamwoord de/’t , Spek van de buik (met name van varkens).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
buikspek , boeksjpėk , onzijdig , buikspek van varken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
buikspek , boêkspek , mammespek.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
buikspek , boekspek , het , buikspek Dat boekspek is aordig vet, dat drilt op de schuttel (And)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
buikspek , boekspek , zelfstandig naamwoord , et; spek onder tegen de buik van het varken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal