elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: eeuwigmoes

eeuwigmoes , iéwig mós , sort stelemós.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
eeuwigmoes , [splijtkool] , ieëwigmoos , (onzijdig) , splijtkool , Ieëwigmoos kóns se ’t hieël jaor door aete.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
eeuwigmoes , iëwigmoos , duizendknop, oude-wijvenkool, splijtkool (Brassica oleracea var. acephala); een koolsoort die vroeger – verwerkt tot stamppot – veel werd gegeten omdat hij vrij goedkoop was. Als er bladeren vanaf werden gesneden, groeide de plant weer vanzelf aan. Vandaar de naam Iëwigmoos. Kan alleen door afleggen – niet door zaad – worden vermeerderd
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
eeuwigmoes , ieëwigmoos , zelfstandig naamwoord, onzijdig , man, oude , splijtkool
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal