elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: expres

expres , espres , aspres , (expres) = afzonderlijk, alleen voor een bepaald doel; ’k bin d’r espres om in hoes bleven, enz.; Geldersch ispres om oe = alleen om u.
aspres (Stad-Groningsch) = espres = met opzet; hij dee ’t ’r aspres om, om mie te ploagen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
expres , ispres , Expres, met opzet.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
expres , omspres , expres, opzettelijk. (Vonk en VI. 242).
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
expres , ispres , Expres, met opzet.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
expres , ėspree , ésprės , met opzet.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
expres , ėksprės , mannelijk , zeer snelle trein.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
expres , ėksprės , expres.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
expres , vurspraes , ópzettelijk.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
expres , expres , bijwoord , met opzet Hie dee expres zolt in de koffie instee van sukker (Eex), Ik haar er niks te maoken, mor ik ben er expres even hen gaon (Pei), Ik heb er expres nog um hen west speciaal (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
expres , vèursprès , expres. da hedde vèursprès gedaon, dat heb je expres gedaan.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
expres , èkspréés , spréés , expres , Dé duu'tie èkspréés um èùw óp de kaast te jaoge, dôr moet'te nie óp ingôn. Dat doet hij expres om jou op de kast te jagen, daar moet je niet op ingaan.
Héij hi dé spréés kepot gemôkt, héij kós nie veele dét'tie zó'iet zéllef nie hôj, de pûitóór. Hij heeft 't expres stuk gemaakt, hij was jaloers omdat hij 't zelf niet had, de pestkop.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
expres , esprés , bijvoeglijk naamwoord , opzet , (met opzet) esprés
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
expres , espres , (bijwoord) , expres, opzettelijk.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
expres , sprès , expres, met opzet , Dè deejde sprès! Dat deed je expres!
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
expres , espres , expres, opzettelijk , Det höbs se espres gedaon!
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
expres , espres , väör , met opzet (Frans: exprès)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
expres , espres , bijwoord , opzettelijk
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
expres , espres , zelfstandig naamwoord, mannelijk , espresse , sneltrein
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
expres , èsprès , omsprès, ötsprès, sprès, utsprès , bijwoord , Henk van Rijen: met opzet = 'spèrs'; omsprès; Henk van Rijen - expres, met opzet; ötsprès; expres, met opzet; Cees Robben – Nie uitspres gedaon?! (19631011); sprès; opzettelijk, expres; — Fr. 'exprès' met apocope van aanvangssyllabe; - Hij heeget nie sprès gedaon. Kees en Bart - Tilburgsche Post ca. 1930 - 'espres'; ...mar dè ’t van spres was daor geleuf ik niks van... (Naarus; ps. v. Bernard de Pont; in: Groot Tilburg 1941; CuBra); Henk van Rijen - per ongeluk èsprès - zogenaamd per ongeluk; WBD III.1.4:310 'spres', 'voorspres', 'vanspres', 'uitspres' = opzettelijk; C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) – SPRES (sprès) bw - expres, met nadruk, speciaal. A.P. de Bont, Dialekt van Kempenland, 1962 - spräs, bijw. 'spres' - expres; Leo Goemans - Leuvens taaleigen (1936) - EXPRES - alsprès of asprès, in den zin van opzettelijk; Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect; 1899 - ESPRES, EXPRES bw - met opzet; Bosch sprès - expres; utsprès; Henk van Rijen - expres, met opzet; WTT 2012 - Cees Robben schrijft 'uitspres', waaruit we mogen afleiden dat het woord ook met de korte 'ui' werd gebezigd; dus: 'ötsprès'
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal