elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: fats

fats , fats , v , (rik)kaart van 13 [Bee]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
fats , fáts , niks miër óppe rubbe hebbe; knoeps.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1989), È maes inne taes. Plat Hôrster, Horst.
fats , fáts , en fátse kaart, bi-j ut kaarte már iën troef hebbe (fátse nel); die is nag fáts, dát megje haed nag genne kel.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
fats , fats , fatse, fatsie, fotsien , (Zuidwest-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied). Ook fatse (Zuidwest-Drenthe, zuid), fatsie (Zuidwest-Drenthe, zuid), fotsien (Zuidwest-Drenthe, zuid) = 1. niets De fats hef hij en aanders niks heur (N:bh), Die lu hebt de fats (Uff), Hij had de fats in de portemenee (Hgv), De fats kuj kriegen! je krijgt helemaal niets! (Koe) 2. een kleinigheid, bijna niets Ik kreeg die olde klokke veur een fats in de haanden (Dwij) 3. klap (Zuidwest-Drenthe, zuid) Iene een fatse an de kop geven (Zdw) 4. diarree (Zuidwest-Drenthe, zuid) Hij is an de fats (Mep) *De fats en de tats en de fiegus as fooi helemaal niets (jiddische uitdrukking) (Hol), zo ook Hej hum wat geven? De fiegus en de fats helemaal niets (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
fats , fátse , eenling; vrijgezel
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal