elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: foeperen

foeperen , foepere , zittend óp en neer goan (óppe stool).
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
foeperen , foepere , claxonneren de claxons van de eerste auto’s, die hier rond reden, maakten een apart geluid en dat noemde men foepere, men kneep op een aan de auto bev
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
foeperen , foepere , werkwoord , hobbelen (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal