elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: helen

helen , hélen , (sterk werkwoord) , helen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
helen  , heile , heelen, genezen.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
helen , heële , helen, genezen Dè heëlt mar slêcht. Dat geneest maar slecht.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
helen , hêle , werkwoord , in de zegswijze ’t goed mit mekaar hêle kenne, het vlot met elkaar eens kunnen worden, goed met elkaar kunnen opschieten. Letterlijk betekent hêle ‘één geheel worden’.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
helen , heile , heilde, haet of is geheilt , helen, genezen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
helen , heile , genaeze, baetere.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
helen , hielen , helen, heeilen, hailen, heilen , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook helen (Zuidoost-Drents veengebied, Zuidwest-Drenthe), heeilen (Kop van Drenthe, Midden-Drenthe), hailen (Veenkoloniën, Kop van Drenthe), heilen (Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied) = genezen, helen Die wond hielt al mooi (Nam), ...wil niet best hailen (Eev), Een braandplekke heelt langzem (Die), Hij het ’n zere stee an de haand mor ’t heilt bai hom nogaal gauw (Row), zie ook zachten
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
helen , hillen , helen, genezen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
helen , hielen , helen , werkwoord , helen, beter worden
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
helen , hejle , werkwoord , hejlde, gehejld , genezen
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
helen , heile , werkwoord , heîltj/heiltj, heildje, geheîldj/geheildj , helen, genezen ook genaeze
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
helen , hele , werkwoord , heêltj/heeltj, heeldje, geheêldj/geheeldj , 1. helen 2. eertijds een gebruik in Heel waarbij een nieuwe meid/(dienst)maagd die op een boerderij kwam werken, door de jongemannen/knechten werd opgepakt en ter verwelkoming op een melkstoeltje gezet
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
helen , heîle , werkwoord , genezen
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
helen , hêele , werkwoord (zwak) , hilt, hilde, gehild , Henk van Rijen: helen; - met vocaal krimping
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal