elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kastelorum

kastelorum , kastelorum , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Kastelein. || Waar is de kastelorum? – Dezelfde uitgang vindt men in soppelorum; zie verder aldaar.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
kastelorum , kastelorum , ásteller.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal