elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: opschudden

opschudden , opsjödde , sjötde op, haet of is opgesjöt , koffie zetten. Ich zal dich ëns ’nen drielöödigger opsjödde: ik zal een sterke kop koffie voor je zetten. Eeme de kaffee opsjödde: iemand onderhanden nemen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
opschudden , ópschudde , de koffie ópschudde: koffie zette.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
opschudden , opschudden , zwak werkwoord, overgankelijk , opschudden Gao do even die legge opschudden (Pdh), Aj de erpels opschudt, bloemt ze zo mooi (Hijk), Ik gao het bedde opschudden (Die), Dat heui moet opschud worden (Twe), We moet het loof van de eerpels opschudden (Zey)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
opschudden , opschudden , opmaken. de bedden opschudden, de bedden opmaken.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
opschudden , [opschudden ] , opsjödde , 1. opschudden 2. zetten , Höbs se de kösses good opgesjödj?
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
opschudden , opsjödde , werkwoord , sjödtj op, sjödjdje op, opgesjödj , 1. opschudden (kussens) 2. kóffie opsjödde – koffie zetten (Duits: aufschütten – bijgieten, bijvullen)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
opschudden , opschödde , werkwoord , schödtj op, schödje op, opgeschódj , opschenken, opschudden
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal