elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: opvaart

opvaart , ópvaart , toegangswaeg.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
opvaart , opvaort , zelfstandig naamwoord , de; zijvaart
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
opvaart , opvaart , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , (Buitenijen (kerkdorpen rondom stadskern), Nederweerts, Ospels) oprit naar erf
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal