elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schodderen

schodderen , schodderen , (zwak werkwoord, intransitief) , 1) Schuddend lopen; van dikke mensen en kinderen. || Ze schoddert as ’en gans. Loop toch niet zo te schodderen. 2) Hard lopen, maar met het bijdenkbeeld dat dit schuddend en schokkend gaat. Vgl. afschodderen. Het woord is een freq. van schudden.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
schodderen , skottere , werkwoord , 1. Onvast, waggelend lopen. 2. Gehaast lopen, flink doorstappen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
schodderen , schoddere , óp ówwe pâs örges nár toe loëpe.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
schodderen , schottern , schöttern, schuttern, schoddern , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidwest-Drenthe). Ook schöttern, schuttern (Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe) = wat moeilijk lopen Hij löp niet best, hij schöttert er over (Rui), Die vrouwe schottert er vake langes, zij kan kraampan het ene been veur het aandere trekken (Flu); schoddern (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook schottern (Zuidwest-Drenthe, noord, Zuidoost-Drents zandgebied) = 1. niet regelmatig flink doorstappen Ach herink nog an toe, daor komp hij ook nog an schoddern en ik kan het helemaole niet wachten (Ruw), As der iene zo’n beetien hard begunt te lopen, zegge wij: kiek, daor schoddert hij hen (Hav), Der bent veule oldere meinsen die der aordig langes schoddert (Vle), Daor schodderde hij hen mit zien dikke gat en körte bienties (Zdw) 2. schuiven, wringen (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drents zandgebied) Hij schodderde net zo lange dat hij tussen oes inzat (Flu), z. ook schoegeln
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
schodderen , schodderen , werkwoord , 1. schodderen: schuifelend, met kleine pasjes, enigszins waggelend lopen, doelloos maar beweeglijk heen en weer lopen 2. schurken, schuren
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal