elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: slimme

slimme , slimmen , nen slimmen wiään: ziek zijn
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
slimme , slumme , slummerik; deen haed vánne slumme zîen eier gegaete: enne stómmerik.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
slimme , slimme , (zelfstandig naamwoord) , iemand die niet deugt. Dät is een slimme!
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal