elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: stiefelen

stiefelen , stiefele , lopen Rond stiefele Rond lopen (met laarzen); gaan, lopen D’r op af stiefele Er naar toe gaan.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
stiefelen , stiefelen , zie stekkeren
Bron: Spek, J. van der (1981), Zoetermeers woordenboek, Zoetermeer.
stiefelen , stiefele , werkwoord , 1. Met grote stappen lopen. 2. Onzeker, onvast lopen. Uit Duits stiefeln.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
stiefelen , sjteevele , werkwoord , sjteevelde, haet of is gesjteevelt , iemand de deur uitwerken; gaan, lopen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
stiefelen , stiefele , stevig door loëpe.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
stiefelen , stiefelen , stiefelen, estiefeld , haastig of op een opvallende manier lopen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
stiefelen , stiefelen , lopen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
stiefelen , stiefelen , kordaat, op hoge poten lopen. Döör stiefelt ie weer ene ‘hij gaat er weer op af’
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
stiefelen , sjtiévele , werkwoord , sjtiévelde, gestjiéveld , doorstappen , (flink doorstappen) sjtiévele VB: Wit van de kolèr kaom 'r op ôs aongesjtiéveld.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
stiefelen , stieffele , stíéve , lopen, snel ergens heen gaan
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
stiefelen , stiefelde , liepen
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
stiefelen , stiefele , met korte pasjes driftig lopen
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
stiefelen , stevele , steveltj, steveldje, gesteveldj , snel, doelbewust stappen , Dao kwoeam d’r aan gesteveldj.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
stiefelen , stevele , werkwoord , steveltj, steveldje, gesteveldj/stiefeltj, stiefeldje, gestiefeldj , op een bepaalde manier, met korte, forse pasjes, lopen, ergens op afgaan; dao kumptj tjer aangesteveldj – daar komt hij aangelopen ook stiefele; stiefele zie stevele
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
stiefelen , stiefele , werkwoord , doorlopen, stevig, stevenen; stevelen doorlopen, stevig
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
stiefelen , stiefele , zwak werkwoord , stiefele - stiefelde - gestiefeld , flink stappen; R sloffen, langzaam (en vaak moeizaam) lopen; Daor kómt ie òngestiefeld. R Daor kwaampie ònstiefele. WBD III.1.2:136 'stiefelen' = vlug lopen; 146 idem = waggelen; Steeds korte ie; - Van Du. 'Stiefel' = laars; C. Verhoeven - Herinneringen aan mijn moedertaal (1978) – STIEFELEN onov. ww - met opvallende tred ergens op afgaan, meestal met de bijbetekenis: moedig benaderen. Niettemin enigsz. ironisch gebruikt. Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect; 1899 - STISSELEN - hard loopen (met hebben en zijn): Hij stisselde veurbij
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
stiefelen , stiefele , stiefelde – gestiefeld , hardlopen
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal