elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tuitenrek

tuitenrek , tuterék , o , melkbussenrek.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
tuitenrek , tèùtjerék , stellage buitenshuis waarop omgespoelde melkbussen te drogen worden gezet.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
tuitenrek , tuiterek , rek vur de maelktuite.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
tuitenrek , tutenrik , het, de , rek, waarop de kippen ’s nachts zitten Wij zult vandaog maor even de tutenrik schoonmaken en dan de stokken met sodawaoter ofboenen (Wed), z. ook hoenderrik
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tuitenrek , tuîte-rék , zelfstandig naamwoord, mannelijk , tuîte-rékke , tuîte-rékske , melkbussenrek
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal