elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: uitspinnen

uitspinnen , oetspinnen , uitvaren, zijn drift toonen; “Doe was Maarchien teeng oom begund te oetspinnen”, waarvoor in Gron. - oet te spinnen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
uitspinnen , oêtspinne , oêtzeuke.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
uitspinnen , oetspinnen , sterk werkwoord, onovergankelijk , 1. uitspinnen (Zuidwest-Drenthe, zuid) Een verhaal laank uutspinnen (Hav) 2. uitvaren (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) Hie was zo kwaod. Hie spön oet, man! (Sle), Hie begunde daor tegen hum oet te spinnen! (Sti)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal