elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: uitwinnen

uitwinnen , oêtwinne , oêthale (musse); achter de woarheid zeen te kome.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
uitwinnen , oetwinnen , sterk werkwoord, overgankelijk , besparen As ie daor langes gaot, kuj nog wat tied oetwinnen (Ruw), Wij hebt een vooraovend uut ewunnen gezegd, als je bij daglicht kunt voeren (Die), Wij kunt van het jaor gas oetwinnen (Gas), Daor hef e geld met oetwunnen deur dat zölf te doen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
uitwinnen , uutwinnen , werkwoord , 1. uitwinnen: van tijd, afstand 2. sneller zijn dan de ander in tijd, vooral: in het zich verplaatsen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal