elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verknoefelen

verknoefelen , verknoêvele , verfrômfaje.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
verknoefelen , verknoffelen , werkwoord , 1. verrekken, kneuzen, verstuiken 2. in ’k Heb me verknoffeld ik heb te veel gegeten en heb daar hinder van
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal