elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vuilak

vuilak , voelak , vuilak, rotzak.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
vuilak , voelak , vuilak , de , voelakken , Ook vuilak = vuilak Wat is die kèrel een geweldige voelak (Zwin), Dai man is ain vuilak en nait te vertrouwen (Twe), ...en die is overal veur in staot (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
vuilak , vùillak , smeerlap.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
vuilak , vuulek , iemand die een ander beetneemt.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
vuilak , vuilak , zelfstandig naamwoord , de 1. viespeuk, smeerpoets 2. gemene vent, rotzak
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
vuilak , vûilak , zelfstandig naamwoord mannelijk , vûilek , vûilekske , vuilak
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
vuilak , vùìjlek , smeerlap
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
vuilak , völluk , vuilak, smeerpoes.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
vuilak , voelik , 1. vuilak 2. viespeuk ook poetje, vètkanes, vètlap, vètpoetje, vèttig poetje, vètzak 3. vlegel 4. luierik
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
vuilak , völlek , völlakker , zelfstandig naamwoord , "vuilik, vuilak, viezerik, smeerpoes; N. Daamen, Handschrift 1916 - ""vuilik - zedeloos mensch; gierigaard""; Dirk Boutkan (1996) - völek (blz. 34) met vocaalreductie; WBD III.1.4:113 'vuilik' = smeerpoes; 114: 'vuilak' = smeerpoes; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - znw.m. - vuilik, vrek; völlakker; vuilak; zie völlek"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
vuilak , voe~lak , vuilak
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal