elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wablief

wablief , wallee , wat blieft?
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
wablief , wablijf? , watblijft?, wallij?, wâlai , wâlai (Lageland, Duurswold) = wat zeen ie of: wat zeen joe? = wat blieft u? of: wat zeidet gij daar? als men den spreker niet goed heeft verstaan.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
wablief , wallee? , walliee? , Wat blief?
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
wablief , wallee , wat blief.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
wablief , wallee? , walliee? , Wat blief?
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
wablief  , wableef , wat belieft u.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
wablief , wàblief? , Wat belieft U ?
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
wablief , waatbleif , watbleif , watblief.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
wablief , wáblif? , wátte?
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
wablief , wallee , watte , wat zeg je?.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
wablief , wallee , wat zeg je?
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
wablief , wablief , wat zegt u.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
wablief , watblief , wallie, wallee , zelfstandig vragend voornaamwoord , wat zegt u, wat belieft u
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
wablief , wabbleef , wablief? , wabbleef? VB: wabbleef, ich heb uch neet versjtaande. Zw: Dao zeks te geer, uuch en wabbleef tiënge: uitroep van bewondering.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
wablief , wàblief , wat zegt u
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
wablief , waatbleef , wableef , watblieft, zie ook wableef , Soms ook gebruikt om ongeloof uit te drukken: ‘Dae is ouch doead!’ ‘Waatbleef!?’
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
wablief , waatbleef? , wableef? , wat zeg je? ook wableef?
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
wablief , wableef , tussenwerpsel , wablief, wat zeg je
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
wablief , wèblief , tussenwerpsel , wat b(e)lieft u?; Kees en Bart (krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935) - wèblief
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
wablief , wátblif , wat blieft u
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal