elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wiks

wiks , wiks , schoensmeer.
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
wiks , [schoensmeer] , wiks , (mannelijk) , schoensmeer.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
wiks , [schoensmeer] , wiks , (onzijdig) , schoensmeer.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
wiks , wikse , (Oldampt) = glimsmeer (glimmend smeer) = gladsmeer = schoensmeer; Hoogduitsch Wichse, Oostfriesch wikse, wiks, Westfaalsch wikse.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
wiks , wieks , schoensmeer.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
wiks , woeks , m , slaag.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
wiks , wiks , mannelijk , wikske , schoensmeer. Sjiet aan de wiks, potloot is ouch sjwart: het is om het even.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
wiks , wieks , schoenpoets.
Bron: Crompvoets, H. en J. van Schijndel (1991), Mééls Woordeboe:k. Meijel: Medelo.
wiks , wiks , smaer; schoonwiks: schoonpoets.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
wiks , wiks , zelfstandig naamwoord mannelijk , - , - , schoensmeer , (du. Wichse) VB: Vreuger kaom Zjeng mêt wiks en zjwëgele langs de dëur.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
wiks , wiks , (mannelijk) , 1. schoensmeer 2. opschepperij , Ei duueske wiks.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
wiks , wiks , schoenpoets (Duits: Wichse) ook sjoewiks, sjoonwiks
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
wiks , wieks , wiks , zelfstandig naamwoord, mannelijk , tweede vorm Nederweerts, Ospels; schoensmeer
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
wiks , wieks , zelfstandig naamwoord , WBD vocht waarmee het brood wordt gewassen zodra het uit de oven is
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal