elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zuipnikkel

zuipnikkel  , zoepniekkel , zuiplap.
Bron: Daelen-Meuter, Jos. van (ca. 1937), Venloos waordebook, ongepubliceerd typoscript, Venlo.
zuipnikkel , zoepniggel , mannelijk , zoepniggele , zoepniggelke , drinkebroer.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
zuipnikkel , zoêpnikkel , zuipschuit.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
zuipnikkel , [zuiplap] , zoepnikkel , (mannelijk) , zuiplap
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
zuipnikkel , zoêpniekel , zelfstandig naamwoord, mannelijk , zoêpniekels , dronkaard
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal