elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: zwadem

zwadem , zwaai , stoëm, dâmp.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
zwadem , [damp] , zwaam , (mannelijk) , damp, walm, rook
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
zwadem , zwaam , stoom, damp, wasem (Duits: Schwaden – walm, damp, rook)
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
zwadem , zwaam , zelfstandig naamwoord, mannelijk , (Nederweerts) damp, stoom
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
zwadem , zwaaj , wasem; waterdamp
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal