elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aalt

aalt , ale , Tw. het vocht dat uit de mest zevert. Eig. uitbraaksel. Isl. at ala, braken. Dev. aalte, id.
Bron: Halbertsma, J.H. (1835), ‘Woordenboekje van het Overijselsch’, in: Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren 1836, Deventer: J. de Lange.
aalt , aalte , De pis of gier van het rundvee (dat op stal staat) die zich bij en om den mesthoop, mestbult, vaalte verzamelt en de mest bevochtigt; en ook wel afzonderlijk als meststof op den akker wordt gebracht. In ’t Eng. is ale een zeker soort van bier.
Bron: Buser, T.H. (1856-1861), ‘Geldersch Taaleigen’, in: De Nederlandsche Taal 1856, 1: 13-17, 163-188; 1857, 2: 194-217; 1858, 3: 271-278; 1859, 4: 186-197; 1861, 6: 61-68.
aalt , aale , aalte of ier.
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
aalt , aalte , ale , (vrouwelijk) , mestwater, ale Winterswijk.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
aalt , [verzwering] , aalte , (vrouwelijk) , verzwering aan de peesschede.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
aalt , aalte , (vrouwelijk) , Koeienpis. De aalte loopt van de mestvaalt naar ’t aaltegat.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
aalt , aalte , (vrouwelijk) , Gier. De aalte loopt van de mestvaalt naar ’t aaltegat.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
aalt , aalte , gier
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
aalt , aalte , aale , vrouwelijk , De pis van ’t vee [zie pag. 28 D.i. pag. 28 van handschrift = hier blz. 25.] Het eerste woord gebruikt men te Deventer, het andere in Twente. Zij betekenen wel de pis van ’t vee, dog niet zoo als die is wanneer ze gepist wordt, maar nadat ze enigen tijd in den stal gestaan heeft en met den drek der beesten vermengd is. Men schijnt oudtijds ook aalen gebruikt te hebben voor pissen; men zegt nog: de koe is aan ’t bloedaalen of bloed-aalen, zij bloedaalt, heeft gebloedaald (vergelijk zegepraalde, gezegepraald) om te kennen te geven dat ze bloed pist of mierig is, zie pag. 18 D.i. pag. 18 van het handschrift = hier blz. 16.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
aalt , aelte , gier, mestvocht; * vroeger werd de aelte met de aeltenscheppe (gierschep) uit de aeltenkelder (gierkelder) of aeltenputte (gierput) in de aeltenbak (een bak om gier te vervoeren) geschept. Dan kon de boer gaan aelten (gier op het land brengen).
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
aalt , eel , ale, eelde, aal , (Zuidoost-Drenthe, Veenkoloniën, Midden-Drenthe). Ook ale (Zuidoost-Drents veengebied), eelde (Zuidoost-Drents veengebied), aal (Zuidoost-Drents zandgebied) = mestvocht, gier Het eel luup oes oet het gat naor de leegte in (Sle), De ale mus oet de kougruppe schept worden (Bco), zie ook ier(‑)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aalt , aalte , gier, urine van beesten
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
aalt , aelte , mestvocht. De aelte leup an alle kantn uut de mâshoop.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
aalt , aalte , (zelfstandig naamwoord) , aalt, mestvocht, gier.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
aalt , aalt , aalte , vloeibare mest, urine van het vee.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal