elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: beteuteren

beteuteren , betoteren , beteuteren , Stelt Ten Kate 1. D. bl. 279 onder de verouwderde woorden. In passive zeggen wij nog dagelijks hij was zeer beteuterd. [In Tw. zegt men ook betutteld, bedonderd; iemand beteutelen is hem in ’t net krijgen.]
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal