elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: boerenkool

boerenkool , poepekool , (zelfstandig naamwoord vrouwelijk) , Boerekool. || We eten vanmiddag poepekool. – Evenzo in Waterland (Taalgids 6, 310).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
boerenkool , boeren-kool , mannelijk , Bruine kool. In Holland eet men dezen kost onder den naam van spruitjes. [Deze zijn de uitspruitsels van kool of boerenkool; in Twente heeft men behalve dezen: buis-kool; savoojkool; roode kool; bremer-kool of wurtsing; knol-kool of Arabische kool; bloem-kool; zomer-kool, een olyzaad.]
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
boerenkool , boêrekól , boerkól , m , boerenmoes.
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
boerenkool , boerenkool , de , (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents veengebied) = boerenkool De kiender kwamen bij ons uut de boerenkool (Hgv), zie ook moes
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
boerenkool , boeremoes , boerenkool.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
boerenkool , boerrekólle , boerenkool , Boerrekólle zètte ze vruuger vur kniinevoejer én vur in de stamp swénters. Boerenkool teelde men vroeger voor konijnenvoeder en voor in de stamppot 's winters.
Bron: Hendriks, W. (2005), Nittersels Wóórdenbuukske. Dialect van de Acht Zaligheden, Almere
boerenkool , boerekool , zelfstandig naamwoord , de 1. boerenkool, boerenmoes 2. bekend gerecht van boerenmoes, boerenkool: boerenkool door aardappels gestampt
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
boerenkool , boerrekôl , boerenkool
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal