elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: bouwmeestertje

bouwmeestertje , [zangvogel] , bouwmeisterken , kwikstaartje.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
bouwmeestertje , bouwmeesterken , Wipstaartje.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
bouwmeestertje , [witte kwikstaart] , bouwmeesterken , bouwmeesterkes , Wipstaartje.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
bouwmeestertje , baumäistertien , boumäistertien , vrouwelijk , witte kwikstaart
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
bouwmeestertje , bouwmeisterken , Volgens de uitspraak, of bouwmeestertje: wipstaartje, motacilla. In Friesland zegt men bouwmantje.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
bouwmeestertje , bouwmàestrken , zelfstandig naamwoord , kwikstaart
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
bouwmeestertje , bouwmeestertien , kwikstaart.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
bouwmeestertje , bouwmeistertie , kwikstaart.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
bouwmeestertje , bouwmeistertien , (Gunninks woordenlijst van 1908) akkermannetje, kwikstaartje
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
bouwmeestertje , bouwmeistertien , kwikstaart. In Veessn praot ze van bouwmeistertien; in Heerde heet ’t veugeltien âkkermânnechien.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
bouwmeestertje , [soort vogel] , bouwmeestertien , (zelfstandig naamwoord) , kwikstaartje. Zie ook: akkermännegien, kwikstaert.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal