elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: collier

collier , klier , kliertjen , Halsboord van een Hembd. Misschien van den zelfden oorsprong met het Fransche collier of ’t Eng. collar. De beteekenissen bij Kiliaan op klieren en op kliere: kropsweer zijn hier ook niet onbekend.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
collier , kraljee , (mannelijk) , kraljees , ketting, collier , Doe höbs eine sjoeane kraljee óm.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal