elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dambes

dambes , [soort bes] , dambeeren , de jeneverbes, ook: de jeneverbessenstruik. v. Hall: dambeeren = jeneverstruik, Juniperus comminus. Nederl. Plantensch. p. 212. Volgens ten Kate van: damp, demp, domp “vermits deze bes tot zuivering van de lucht op ’t vier te dampen gelegt wordende, of vermits slaep verwekkende, gelijk zelfs de schaduwe van den boom geacht word den geest te bezwaren”.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
dambes , dammeren , Struiken van Genever-boomen. Dammer-bezien: Genever-bezien, zie Kil. op dam-beere enz.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
dambes , dambèer , dambeer, dambere, dankber, dankberbere , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook dambeer (Midden-Drenthe, Kop van Drenthe), dambere (Zuidwest-Drenthe), dankber (Zuidwest-Drenthe), dankberbere (Zuidwest-Drenthe, zuid) = 1. jeneverbes, Juniperus communis Der bint neeit veul damberen van het jaor (Gas) 2. jeneverbessenstruik Hier en daor steit nog een dambeer op de heide (Vri), Het mooiste kuj de bogen versieren met damberen takken van de jeneverbessenstruik (Dal), zie ook palm
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal