elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: enter

enter , eenter , eenwinter, enter , eenter, een schaap dat een jaar oud is. Ik meen dat in groningerland een enter een jong paard van een jaar en een twenter een van twee jaren is, doch dit eischt nader onderzoek. Enter zegt men in Drenthe van een eenjarig paard, en schaap. ’t Is volkomen zeker, dat de Hr. van den Berg van groningerland hier boven schrijft. Eenwinter zegt men in ’t Zutphensche.
Bron: Berg, A. van den en H.J. Folmer (1774-1776), ‘Veluws en Drents uit de 18e eeuw’, uitgegeven door K. Heeroma in: Driemaandelijkse bladen 12 (1960), 65-83, 97-116.
enter , enter , (mannelijk) , paard op zijn tweede jaar.
Bron: Halbertsma, J.H. (1835), ‘Woordenboekje van het Overijselsch’, in: Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren 1836, Deventer: J. de Lange.
enter , enter , enterpaard , eenjarig paard, koe, schaap; ook Overijs. Geld. Friesch Neders. Holst. Noordfr.; Gron. enter = eenjarig paard of rund; entervool = eenjarig veulen; eigenlijk spreekt men daar eerst van paard wanneer het minstens twee jaren oud is, en heet dan twenter of twenterpeerd; enterbijst = eenjarig rund. In Geld. enter, eenter = eenjarig lam, in ’t Zutfensche: eenwinter. Kil. enter q.d. eenwinter, AS. anwintre. Vergelijkt men echter enter met Twente, Drente, en het Oostfr. drenter (= driejarig rund), dan zou men ten opzichte van enter en twenter aan geene contractie behoeven te denken.. Ook scheldwoord voor dieren; in Gron. zegt men het tegen een ongezeggelijk, snibbig of koppig meisje; bist ’n enter, doe enter! in: ’k zel die entern = ’k zal u terechtzetten.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
enter , enter , (mannelijk) , eenjarig paard.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
enter , enter over twenter , henter de twenter , verward dooreen, in groote wanorde verspreid en overhoop liggend. Oostfriesch: ’t geid all’ hent un twent, henter un twenter, henter di twenter, henter afer twenter = al heen en weder, zich van den eenen naar den anderen kant bewegend, bv. van een’ wagen of een schip, waardoor dan de lading al licht door elkander wordt geworpen en hent afer twent gaat. Zou van het Oud-Friesche hent of hentio = nogmaals, nog eens, bij herhaling, komen. Kil. twent, twint, twijnt = niets, niet het allergeringste, van tween (Kil.) = deelen, verdeelen; Middel-Nederduitsch tweien, twiën = zich in tweeën verdeelen, scheiden, dus eigenlijk: dat iets over de stukken en brokken heen en weder gaat. Vgl. henterdetwenter. Zie: ten Doornk. art. hent.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
enter , enter , eenjarig paard of rund; entervool = eenjarig veulen; enterbijst = eenjarig rund; ook Drentsch, Friesch, Overijselsch, Oostfriesch, Nedersaksisch, Holsteinsch, Noordfriesch; Geldersch enter, en: eenter = eenjarige lammeren; Middel-Nederlandsch eenwinter bijvoeglijk naamwoord Van dieren gezegd. Eén winter beleefd hebbende, één jaar oud, éénjarig, jarig. Kil. eenwinter, enterdier. Zoo: twewynter. (Verdam). Ald.: enter. Eenjarig dier. Samengetrokken uit éénwinter. Een in het Middel-Nederduitsch bekend woord, dat stellig ook in het mnl. bestond. – Kil.: enter q.d. een-winter, in ’t Zutfensche nog: eenwinter, Angel-Saksisch anwintre. (De oude Germanen waren gewoon de jaren niet met zomers, gelijk de Romeinen, maar bij winters te tellen.) – Vergeleken met Twente, Drente, en het Oostfriesch drenter = driejarig rund zou men o.i. echter aan zulk eene contractie niet behoeven te denken. Zegswijs: in ’t enterhokje komen (Ommelanden), waarvan in ’t hemdrok (Oldampt) eene verbastering zal zijn, eigenlijk zooveel als: niet langer verzorgd worden als kalf, maar bij de enterbijsten in ’t hok of op stal komen, waar zij zich met minder smakelijk voedsel moeten tevreden stellen. Plagenderwijs zegt men het tegen een kind dat nog een broertje of zusje krijgt, en zoo ophoudt de Benjamin te zijn; Oostfriesch in ’t enterhok kamen. (Vgl. heukelstalje, en: kalverhok.) – Als schimpwoord voor een ongezeggelijk en snibbig meisje: bist ’n enter, en zoo ook: ’k zel die entern = ik zal je wel terechtzetten, mores leeren. Zie: twenter.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
enter , enter , (zelfstandig naamwoord) , Eigenlijk een koe van één jaar oud, maar thans in gebruik voor een vaars, die haar eerste kalf heeft. Evenzo verderop in N.-Holl. ‒ Enter is een verkorting uit een-winter, één winter (jaar) geleefd hebbende. Vgl. bij KIL.: “een-winter, enter-dier, hornum animal, unius hyemis, unius anni.” De volle vorm eenwinter komt in de Middeleeuwen ook in N.-Holl. voor. || Claes Willemsz. twee eenwinter gheerse (zoveel weiland als nodig is voor twee eenwinters; vgl. kalfsgors) in tween venne (te Assendelft, a° 1374), Hs. v. Egmond, f° 64 r°. Willem Avetiaens sone vier gheerse, een eenwinters ghers min, in ver Brechtellende venne (te Beverwijk, 13de e.) ald., f° 18 r°. Mabelie Matte Claes dochter heeft in hureware een mad ende een eenwinter in den hendesten dammer (te Velzen, 13de e.), ald., f° 16 r°. Zie verder Mnl. Wdb, II, 554. ‒ Vgl. enterling en twinter.
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
enter , enter* , vgl. heukelstalje * en kalverhok *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
Enter , Eantert , Enter
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
enter , enter , Een eenjarig paard, bepaaldelijk. Het wordt in Kiliaans algemeenen zin niet gebruikt. [Enter is in Twente niet bekend (een jaarig vul zegt men), maar wel een-winter, d.i. een schaap van één jaar oud; enter is verkort van één-winter; de Ouden telden de jaren bij de winters, zeven winters waren 7 jaren.] Voor jarig paard is alhier zeer bekend.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
enter , enter , zelfstandig naamwoord de , 1. Koe van één jaar oud. 2. Vaars die haar eerste kalf heeft. Het woord is een samentrekking van ‘een winter’, d.w.z. één winter (of jaar) geleefd hebbend. Vgl. twinter.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
enter , enter , de , enters , (Zuidoost-Drenthe, Noord-Drenthe) = ruig persoon Wat een roeg enter van een jong is dat ruw van uiterlijk, taal en kleding (Sti), Dat is zo’n enter van een kerel, der zit veur gien stuver fatsoen an (Bor), zie ook toenenter
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
enter , enter , de, het , enters , enter, eenjarig dier Bij die schaop hej een paar mooie enters lopen (Sle), Met dat enter moew dolkies hen Zuudlaoren d.i. naar de Zuidlaarder markt (Oos)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
enter , enter , (Kampereiland, Kamperveen) eenjarig paard
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
enter , enter , enter- , enter(-): eenjarig exemplaar: vaak: eenjarig paard of schaap, d.i. vaak: dat voor de eerste keer geschoren is
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
enter , ènter , zelfstandig naamwoord , WBD veulen van een jaar oud, ook 'jòrling' genoemd
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal