elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: eren

eren , airen , werkwoord , Een boer zou Ruth II vs. 3 dus vertalen “zo ging zij heenen, ende kwam, ende airde agter de maaiers”.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
eren , eare , werkwoord, zwak , eren
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
eren , èren , eren , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe). Ook eren (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe) = eren Hij wil geern eerd worden veur zien wark (Pdh), De aolde lu wordt daor ok niet veul èerd (Sle) *Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd (Klv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
eren , eren , werkwoord , eren
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
eren , ieëre , ieërtj, ieërdje, ge-ieërdj , eren , M’n mót d’n aojerdóm ieëre.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
eren , eere , zwak werkwoord , eren, vereren; B eere - irde - geird; - ook vocaalkrimping in tegenwoordige tijd: gij/hij irt; irde; eerde; - verleden tijd van 'eere', met vocaalkrimping
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal