elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: giebeltjes

giebeltjes , giebeltjes , gijbeltjes , Klugtjes, fratzen. Voornamelijk gebruikt men giebeltjes maken voor verdraaiingen van ’t aangezicht of figuuren met de handen gemaakt om een ander te bespotten: faire la moue. [Giebeltjes zijn hetzelfde of bij naa hetzelfde als babbelguichjes.]
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal