elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: henker

henker , henker , Beteekent beul. Zie Kiliaan. Egter word het nooit eigentlijk daar voor gebruikt. Men bezigt dit woord alleen als exlamatie. Bij voorb. Het mogt der henker! De henker neen! Wat de henker is dat! – Men kan het altoos voor het even elegante drommel, duivel, donder etc. etc. in plaats stellen.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal