elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: keldermot

keldermot , keldermotten , Millepedes. Pissebedden.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
keldermot , keldermotte , pissebed.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
keldermot , keldermotte , pissebed.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
keldermot , keldermot , de , pissebed Onder de stienen zaten keldermotten (Gro), zie ook stienmot
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
keldermot , keldermotte , keldermot
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
keldermot , keldermot , keldermotte , zelfstandig naamwoord , de; pissebed
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
keldermot , [pissebed] , keldermotte , (zelfstandig naamwoord) , keldermot, pissebed.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
keldermot , [pissebed] , keldermot , keldermotte, keldermiete, kelderzoeg, kelderzog, k , pissebed (insect).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal