elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: keuzelen

keuzelen , kuzeln ,  [zo in bron]
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
keuzelen , keuzeken , Ook wel keuzelen. Mallen zegt men in Holland. Misschien een verbastering van liefkoozen.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
keuzelen , kuzeln , kuunzeln, keunzeln, keuzeln , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , (Kop van Drenthe, Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid). Ook kuunzeln (Zuidoost-Drents zandgebied), keunzeln (Midden-Drenthe), keuzeln (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied) = 1. priegelen, knutselen, prutsen Ik mag veur de kleinkinder geern wat kuzeln wat brèeien of zo (Sle), Gèert har der een blikkien tussen keuzeld (hi), Wat kuzels do aal in het ronde tegen vrouw, die zich gereedmaakt en niet opschiet (Sle), Kattien kuzeln jongensspel, ‘klootslaan’ (ti) 2. niet opschieten bij het werk (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) Mans kuzelt een beetien (Man)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal