elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kruisbes

kruisbes , krisselbessen , (vrouwelijk) , kruisbezien.
Bron: Halbertsma, J.H. (1835), ‘Woordenboekje van het Overijselsch’, in: Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren 1836, Deventer: J. de Lange.
kruisbes , krü̂sdórens , (meervoud, mannelijk) , kruisbessen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
kruisbes , krü̂sbèzen , (meervoud, vrouwelijk) , kruisbessen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
kruisbes , krissebèzen , Kruisbessen.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
kruisbes , kreus* , vaak hoort men ook zoer as kriet, vergel. krijten *.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
kruisbes , krietbeezĕ , kruisbes.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
kruisbes , krissebèzen , Kruisbessen.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
kruisbes , krieschebäien , [krisxǝbæĭn̥] , kruisbessen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
kruisbes , krisselbezen , Kruisbezien. Zie Kiliaan op Kroesbesie. [Men heeft witten en rooden.]
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
kruisbes , kristebeaze , zelfstandig naamwoord , kruisbes
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kruisbes , kruizebeien , kruisbessen
Bron: Spek, J. van der (1981), Zoetermeers woordenboek, Zoetermeer.
kruisbes , kruisebaai , zelfstandig naamwoord de , Kruisbes. Vgl. Fries krûsbei.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kruisbes , kroibes , zelfstandig naamwoord , kruisbes (LPW: Mont) Zie ook *doornbes , *klapbes en *stekbes .
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
kruisbes , krissebèzen , kruisbessen.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
kruisbes , krisbèzen , krissebèzen, kruusbèzen , kruisbessen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
kruisbes , kroesel , kruisbes. mv. kroeselen of kroesels.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
kruisbes , kruusbesse , kriezebeze, kriestebîêze, kriesebeze , (Kampen) kruisbes. Ook: kriezebeze, Gunninks woordenlijst van 1908: kriestebîêze (Kamperveen), Gunninks woordenlijst van 1908: kriesebeze
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kruisbes , kriesebèèzn , kruisbessen (ook “kruusbèèzn”).
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
kruisbes , kruusbeie , kruusbesse, kruzebeie, krusebeie, krusebes , zelfstandig naamwoord , de; kruisbes
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kruisbes , kroesel , knoersel , kruisbes
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
kruisbes , kruzebèze , kriezebeze, kruusbèze , (zelfstandig naamwoord) , kruisbes, klapbes. Zie ook: klapbesse, stèkelbèze.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
kruisbes , kruidorus , kruisbessen , rwooje en wiette kruidores = rode en witte kruisbessen-
Bron: Melis, A. van (2011) Bikse Praot. Prinsenbeeks Dialectwoordenboek. Prinsenbeek: Heemkundekring ‘Op de Beek’
kruisbes , kroesel , kruisbes
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
kruisbes , kressebaeze , kreuzebullem, krissebes , kruisbes; kriestebiezen (Oldebroek, Wezep).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal