elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: lubbestok

lubbestok , lupstokken , zeker onaangenaam riekende plant, veel overeenkomende met de sellerij. Men gebruikt de bladeren als zweetmiddel.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
lubbestok , lubbestik , Opium Macedonicum.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
lubbestok , libbestok , lubbestok , Levisticum Lavas.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
lubbestok , lubstok , lebstok, lubstik, libstok, lubbestok , de , (Kop van Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied). Ook lebstok (Midden-Drenthe), lubstik (Veenkoloniën), libstok (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Veenkoloniën), lubbestok (Zuidwest-Drenthe, noord, he:Oost-Drenthe) = lubbestok, lavas, soort selderij, Levisticum officinale Wij doet libstok in de soep (Gro), Libstok leek een boel op wat tegenwoordig maggieplant nuimd wordt (Zui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
lubbestok , lubbestok , zelfstandig naamwoord , de; lavas, maggiplant
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal