elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: meiworm

meiworm , meiwö̀rm , (mannelijk) , meiwö̀rms , Meikever. De kinderen binden hun gewoonlijk een draadje aan den poot en laten ze dan vliegen. Voordat ze opvliegen staan ze gewoonlijk eerst een poosje hijgend stil; dan zegt men: h(i)ee telt zîn geld, een bewijs dat hij spoedig de vleugels zal ontplooien. De meikevers worden verdeeld in vier soorten: äolîslagersmennkes, äolîslagerswîfkes en müldersmennekes, mülderswîfkes. Die met de breedste waaiers aan de voelhoorns zijn mannetjes.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
meiworm , [meikever] , meiwö̀rm , (mannelijk) , meiwö̀rms , Meikever. De kinderen binden ze gewoonlijk een draadje aan den poot en laten ze dan vliegen. Voordat ze opvliegen staan ze gewoonlijk eerst een poosje hijgend stil; dan zegt men: h(i)ee telt zîn geld; een bewijs, dat hij spoedig de vleugels zal ontplooien. De meikevers worden verdeeld in drie soorten: äolîslagersmennekes, -wîfkes, müldersmennekes, -wîfkes, en koningen en koneginnen met rood kopschild. Die met de breedste waaiers aan de voelhorens zijn mannetjes.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
meiworm , meiworm , De gewoone mei-kever.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
meiworm , meiwörm , meikever.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal