elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: naaszak

naaszak , [zak in een kledingstuk] , naoszak , (mannelijk) , zak in een kleedingstuk.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
naaszak , naossĕk , broekzak.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
naaszak , naaszak , Of eigenlijk denk ik naatzak. Wordt hier veel gebruikt voor ’t eenvoudige zak, te weeten wanneer die tot de kleeding van een man of vrouw behoord.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal