elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: overluiden

overluiden , overluiden , Ten plattelande van Overijssel overluidt men de dooden, dat is, men trekt één of meêr dagen een bepaalden tijd de dorpsklok aan geduurende dat een lijk boven aarde staat.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
overluiden , ovverlúje , klokgelúj as iemes is gestoarve.
Bron: Kuipers, Cor e.a. (1993), Zò bót ás en hiëp. Plat Hôrster, Horst.
overluiden , oaverluun , luiden van de kerkklok na het overlijden van een parochiaan.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
overluiden , overluie , werkwoord , overlui, overluide, overluie , luiden van de klok om een sterfgeval bekend te maken Zie ook begraefenisklok
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
overluiden , overluden , overlujen , het luiden van de klok tussen overlijden en begrafenis.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
overluiden , ooverlèùje , werkwoord , de doodsklok luiden (Land van Cuijk)
Bron: Swanenberg, A.P.C. (2011), Brabants-Nederlands: Nederlands-Brabants: Handwoordenboek, Someren


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal