elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: ranselen

ranselen , ranselen , slagen geven enz.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
ranselen , ranselen , Slaan, afkloppen, rossen.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
ranselen , raanseln , ranseln , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe). Ook ranseln (Zuidoost-Drenthe, Veenkoloniën) = 1. ranselen Ik heb zin om die deur mekaor te ranseln (Erf) 2. slaan Hij raanselde der op lös (Row) 3. schudden De eerpels komt in een zakkie en wordt dan even raanseld, dan is het zaand der of (Eex), Mit de wanne worde het koren goed eraanseld um het schone te kriegen (Flu)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ranselen , raanseln , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe) = dik eten In dat huukien kan dat pèerd zich nog mooi even ranseln (Pdh), Hie is misselijk van het eten; har e mor niet zo raanseln moeten (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
ranselen , ränselen , (Gunninks woordenlijst van 1908) ranselen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
ranselen , raanselen , werkwoord , door elkaar schudden, van iets af schudden, door elkaar rammelen (van personen: om ze af te straffen)
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal