elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rekking

rekking , rikking , (mannelijk) , rikkingen , Eenvoudig rasterwerk om weiland. Zie: òfrikken.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
rekking , rikking , (mannelijk) , rikkingen , Eenvoudig rasterwerk om weiland. Zie: òfrikken.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
rekking , rikkinge , [rikngә] , vrouwelijk , afrastering
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
rekking , rikking , Zie glint.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
rekking , rikngge , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , riknggn , rikngkjen , draadomheining
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
rekking , rikken , afrastering.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
rekking , rikkens , afrastering.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
rekking , rikkige , rikkenge , omheining, gemaakt van palen. Ook: Gunninks woordenlijst van 1908: rikkenge
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal