elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: schindmerrie

schindmerrie , schind-meere , Volgens de uitspraak, anders schind-merrie. Een knol, slegt paard, welk niet te goed voor den vilder is; schinder is in ’t Hoogd. vilder, en wordt hieromstreeks, zo ik meen, ook wel enkeld gebruikt. [In Twente zegt men viller, dog verstaat doorgaans ook het woord schinder; te Zwol heet de viller: rood-scheller, om dat als de huid van eene krenge afgescheld is het vleesch rood laat; in ’t Sticht is krengenslachter ook zoo veel als viller. Voor schind-meere zegt men ook wel een oud hond-aas: een paerd dat niet te goed is om gevild te worden en dus den honden tot aas of spijze te strekken.]
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal