elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tweernen

tweernen , [tegenstribbelen] , dweeren , tegenstribbelen, tegenspreken, twisten. Gron. dweeren, tweeren = zaniken, onnutte praat hebben en daarbij gedurig in herhaling vallen, en daarvan: dweernder, tweernder, dweernscheet = dwelmscheet. dweeren, zooveel als tweernen = twijnen = zijde dubbelen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
tweernen , tweeren , zeuren, zaniken, kletsen; hiervan: getweern = gezanik, enz. Gron. tweeren, Oostfr. twären, eig. = tweernen, twijnen, HD. zwirnen; Gron. fig. = onnutte praat hebben en daarbij gedurig in herhaling vallen, en daarvan: tweernder, tweernkond, tweernscheet, enz. = zanikkous, zanikbroer. Holst. tweernen = wijdloopig spreken, eene rede uitspinnen, rekken. MHD. zwire, zwir, OHD. zwiro = tweemaal, tweevoudig, waarvan: zwirnen, enz.; Kil. tweyn, twyn, twist, van: tweynen, twijnen = samendraaien, verdubbelen, dubbelen, van een OEng. twin, ONoorsch tvenur, AS. tvin, Oud-Saks. twên, OHD. zwên, zwein, (wat ook één is met AS. tveon, OEng. tweon), AS. twêna = twee, gevormd.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
tweernen , tweernen , (zwak werkwoord) , twijnen.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
tweernen , tweeren , tweernen , (zwak werkwoord) , twijnen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
tweernen , tweeren , dweren , tweernen, twijnen, garen dubbelen, Oostfriesch twären, twërnen, Oud-Hoogduitsch zwirnen, zwirnên, zwirnen, van het Oud-Hoogduitsch zwiro, Middel-Hoogduitsch zwire, zwir = tweemaal, tweevoudig. Fig. = zeuren, zaniken, kletsen en daarbij gedurig in herhaling vallen, ook Drentsch, en hiervan tweernder, tweernkōnd = zanikbroer, tweernscheet, tweernkut = zanikkous. Holsteinsch tweernen = wijdloopig spreken, eene rede uitspinnen, rekken; zie ook: dwelmen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
tweernen , tweernen , Twijnen. Zie Kil. op twein.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
tweernen , twearn , werkwoord, zwak , 1 twijnen, 2 niet voor- of achteruit gaan
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
tweernen , tweerne , werkwoord , 1. Zeuren, zaniken (verouderd). 2. Mopperen, ruzie zoeken (verouderd). Vgl. Middelnederlands twernen = twijnen, garen dubbelen. Zie ook het N.E.W. onder tweern = gedubbeld garen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
tweernen , tweerne , werkwoord , iets doen zonder dat het veel resultaat oplevert, voortmodderen (KRS: Lang)
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
tweernen , twèren , tweren, tweernen , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe). Ook tweren (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe), tweernen (hy, ti) = 1. twijnen, tweernen, enkele draden samenspinnen Draoden ineen drellen nuum wij twèren (And), A’k de klossen volspunnen hebbe, gao ik tweren (Rui), Hozengaoren wur eerst tweernd (hy), Dat is een boks van oes boer en die is met getwèernd vlassengaoren neid (ti) 2. zeuren, zaniken (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, Kop van Drenthe), z. ook dweren
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tweernen , twèrren , twijnen.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
tweernen , tweernen , werkwoord , 1. tweernen, twijnen 2. zeuren, zaniken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal