elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vinder

vinder , vinner , Dit woord is niet meêr in gebruik, doch het in onze Stads Resolutien van 1675 gevonden hebbende in de beteekenis van keurmeester van beesten, oordeelde ik het hier een plaats te verdienen.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
vinder , viender , zelfstandig naamwoord , de; vinder
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
vinder , vènder , vèèner , zelfstandig naamwoord , vinder; Kees en Bart (krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935) - verliezer èn vènder; Kees en Bart (krantenrubriek in Groot Tilburg, ca. 1935) - veiner; vèèner - Henk van Rijen - vinder
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal