elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: voetspoor

voetspoor , [voetafdruk] , vôspers , (meervoud, onzijdig) , voetsporen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
voetspoor , vospele , [vǫspәlә] , indruk van de voet, voetspoor
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
voetspoor , vosper , Dat is voetspoor, teeken welk een dier gaande in de aarde nalaat; want, volgens ’t onderrigt van een’ boer uit Colmeschate, is het geen gewoonte dit woord van een mensch sprekende te bezigen. ’t Is der moeite waard ook een boeren Spreekwijs, waarin dit woord meest en voornamelijk gebruikt wordt, te ontvouwen. Hij heeft in een verkeerden vosper getreden zeggen zij, wanneer ze een mensch, schaap, of ander dier ziek zien, zonder de kwaal te kennen of eene andere dan bovennatuurlijke oorzaak daar van te kunnen gissen; en hunne meening is deze. De plaats waarop een mensch vermoord is, ik zeg bepaaldelijk vermoord, want als iemand wettig, het zij in oorlog, het zij van gerichts wegen, gedood is geldt het niet; zulk eene plaats heeft die eigenschap, dat, wanneer in ’t vervolg eenig mensch of beest op dien zelfden dag van eenig volgend jaar, hoe lang ook daar na, en op ’t zelfde uur en oogenblik waar op de moord geschied is, op die nootlottige plaats treedt, dezelve daar door op eene zekere wijze word aangedaan, waarvan zij, zeker zo min als van andere herssenschimmen, geen verder berigt kunnen geeven. Doch zij kennen de kwaal en kennen ook het geneesmiddel; ’t welk hierin bestaat, dat een der bijwezenden in zijn slinker schoen zijn water maakt en zulks aan den Lijder te drinken geve. De boer, van wien ik dit heb, verzekerde mij, en ik heb geene reden om zijn zeggen in twijfel te trekken, dat hij dit middel zelf aan een’ anderen, dien hij noemde, behalven ook wel aan beesten, ’t welk gemeen was, had zien toedienen; en dat, hetzelve geen goede uitwerking gedaan hebbende, men getragt had tot een ander van den zelfden aart toevlugt te nemen: men haalde namelijk in allen ijl een mes ’t welk niet ver vandaar (in Epse) bewaard wordt en waar mede wezenlijk een moord geschied is, met dit mes sneed men een stuk brood en dit moest de lijder eeten, om van den invloed van den kwaden Vosper verlost te worden: doch dit kwam te laat, de man was te ziek om het te kunnen slikken, en het was niet voor toen dat men in ’t begrip kwam van een’ heelmeester te haalen, die den lijder genas. [In Twente zegt men vöspel (de klank der ö verschilt van o en o in hol en vol), het eerste dee1 van ’t woord is mogelik ene verkorting van voet; dat het nooit voor de voetstappen van een mensch gebruikt worde, durve ik niet verzekeren; hij heeft in etc. is mij onbekend De woorden dat het nooit enz. tot en met de woorden mij onbekend zijn (door dezelfde hand) in het handschrift doorgehaald. Deze kanttekening is door de commentator bij het begin van het artikel Vosper onder aan de pagina gezet; de volgende, blijkbaar de vrucht van nadere informatie in Twente, staat enige regels lager in margine.; vosper zou zoo veel kunnen wezen als voetspoor; de H.D. heten de vospelen van een hert ferte.] [In Twente gebruikt men ’t ook voor de voetstappen van een mensch en de spreekwijs hij heeft in ne kwaa vospel etraeën wordt daar ook gebruikt van iemand wien schielik eenige ziekte overvalt en van wien men denkt dat hij behekst is, dog van de overige omstandigheden heeft men mij niets kunnen zeggen.]
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal