elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: vruchten

vruchten , vòrchten , (zwak werkwoord) , vreezen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
vruchten , vruchten , Vrezen. Ik vruchte = vreze. Hiervan godvrucht, godvruchtig; H.D. forchten, A.S. forhtun, Alem. forahtan, Dan. frycte, bij Kil. vorchten, vruchten, c. Datheen Ps. 33:9.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
vruchten , vruchten , vrugten , (het land). Alhier zegt men vreën, afvreën; een vree: een heining; het land in een vree brengen: het land afschutten.In ’t gemeen, een land of akker op de eene of andere wijze afschutten; meer bepaaldelijk doorgaans voor omtuinen of ’t leggen van doornen rondsom den akker. De vrugt is de tuin of de doornen die om den akker gelegd zijn. [Dat land is goed in de vrucht.]
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
vruchten , [weide afrasteren] , vruchen , vruchten , weide afrasteren.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
vruchten , fruchten , fruchten, efrucht , weide afrasteren (zie ook rikken, vrèèn).
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal