elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wormkruid

wormkruid , [soort plant] , wòrmkrü̂d , (onzijdig) , tanacetum vulgare.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
wormkruid , wormkruid , Semen tanacetum. Boeren Wormkruid. Rijnvaren.
Bron: Dumbar, G., H. Scholten en J.A. de Vos van Steenwijk Vollenhove (1952), Het Dumbar Handschrift – Idioticon van het Overijsels in het einde der achttiende eeuw, uitgegeven door H.L. Bezoen, Deventer
wormkruid , wörmkruud , het , wormkruid Het wörmkruud gruit weer op de mieste barms (Ruw), ...bleuit mooi geel (Gie)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
wormkruid , wörmkruud , boerenwormkruid
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
wormkruid , wormkruud , zelfstandig naamwoord , et; bep.plant: boerenwormkruid
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
wormkruid , wörmkruud , (zelfstandig naamwoord) , boerenwormkruid (plant).
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
wormkruid , wormkroed , (onzijdig) , boerenwormkruid, een van de zeven kruiden voor de kroedwès
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal